Wat is de betekenis van africhten?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

africhten

africhten - Werkwoord 1. (ov) door middel van oefening voor iets geschikt maken De hond werd afgericht. Het is de vrouw vrij aardig gelukt haar wat al te slordige man af te richten. Daar werden ze allebei gelukkiger van. Woordherkoms...

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

africhten

africhten - regelmatig werkwoord uitspraak: af-rich-ten 1. in een andere richting richten ♢ je moet je kijker iets van het noorden africhten 2. door oefening geschikt maken voor een bepaald doel ...

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Africhten

(richtte af, heeft afgericht), 1. in een richting brengen die afgewend is van zeker punt: gij moet de kijker wat van het Noorden af richten ; hij hield zijn ogen van het lijk afgericht, keek niet naar het lijk ; 2. door onderricht en oefening voor een bepaald doel geschikt maken : een mens of dier op iets africhten ; honden...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Africhten

AFRICHTEN, (richtte af, heeft afgericht), in eene andere richting houden, draaien : gij moet den kijker wat van het Noorden africhten; hij hield zijne oogen van het lijk afgericht, keek niet naar het lijk; — richten naar iets, voortbewegen naar een bepaald punt: een zwerm van pijlen op den vijand af richten; — (fig.) een mensch of dier...

Lees verder