2019-12-05

Aardigheidje

Een aardigheidje is in 1897 voor het eerst gevonden, in het werk van Justus van Maurik. Van Maurik gebruikt het meermalen in Amsterdam bij dag en nacht. Zo heet het daar ergens: Zit jij op 'n droogie maat? Dat kan niet, nou zal ik je tracteeren.Kastelein, 'k geef n rondje - de winnende hand is mild; breng hier voor meneer nog een klare en neem zelf met je vrouw ook een aardigheidje. En elders schrijft hij: 'Kees, geen me nog eens een aardigheidje met suiker.' Van Dale vermeldt het aardigheidje...

2019-12-05

aardigheidje

aardigheidje - Zelfstandignaamwoord 1. een kleine attentie of gift die iemands waardering of genegenheid uitdrukt aardigheidje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aardigheid Woordherkomst afleiding van aardig en met het achtervoegsel -heid

2019-12-05

aardigheidje

In de negentiende eeuw was dit in Zuid-Nederland een eufemisme voor het mannelijk lid (Het WNT citeert Loquela, 1893, 89), en voor ongedierte (het WNT vermeldt Volk en Taal. 1888 en Teirlinck). Tegenwoordig zijn beide betekenissen verouderd. Een ‘aardigheidje’ is eigenlijk een ‘aardig klein voorwerp; iets dat aantrekkelijk is door bevalligheid, nieuwheid of zeldzaamheid’ (WNT).