Wat is de betekenis van aandrijven?

2020
2022-11-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

aandrijven

Het begrip aandrijven heeft 3 verschillende betekenissen: 1) werkende kracht voor iets zijn. als werkende kracht maken dat iets zijn werking uitoefent. Vaak in passiefconstructies met datgene wat aangedreven wordt als subject en met een voorzetselbepaling die de werkende kracht noemt. 2) een paard aansporen. een paard aanspore...

Lees verder
2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aandrijven

aandrijven - Werkwoord 1. (ov) vaster doen sluiten 2. (ov) doen bewegen 3. ergatief al drijvend dichterbij komen Woordherkomst samenstelling van aan(voorzetsel) en drijven(werkwoord)

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aandrijven

aandrijven - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-drij-ven 1. in beweging brengen ♢ de machine wordt aangedreven door een motor Onregelmatig werkwoord: aan-drij-ven ik drijf aan (... ik aandrijf) ...

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aandrijven

aan'drijven (dreef aan, heeft en is aangedreven), 1. drijvend en onbestuurd naderen; (zegsw.) op een strowis komen —, kaal en berooid uit de vreemde aankomen; 2. voortdrijven, aanjagen (van dieren); 3. aansporen, aanzetten: iemand — tot kwaad, tot wraak; 4. dieper inslaan, vaster doen klemmen of sluiten (van spijkers, spieën en bouten); een vloer —...

Lees verder
1954
2022-11-30
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Aandrijven

1. Vloerplanken, welke gewoonlijk met messing en groef in elkaar sluiten, worden, vóór het bevestigen op de balken, in elkaar gedreven. 2. Een rieten dak gaat men bij het leggen a. of aankloppen om een vlak dak te krijgen.

Lees verder
1952
2022-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aandrijven

v., oandriuwe; (aansporen) oanfiterje, jeije, feûgelje, oanpytskje ha(e)stje, goarselje, oanpresje, -presse efter de fodden, broek, boksen sitte; tot iets —, earne ta prigelje, prikelje; een paard boven zijn kracht —, in hynder oer de kop menne, jeije, forjeije.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aandrijven

(dreef aan, heeft en is aangedreven), 1.drijvend en onbestuurd naderen: een onbeheerd aangedreven sloep ; — (zegsw.) op een strowis komen aandrijven, kaal en berooid uit den vreemde aankomen; 2.voortdrijven, aanjagen (van dieren); 3. aansporen, aanzetten: tem. aandrijven tot kwaad, tot wraak; eerzucht dreef hem aan ; 4...

Lees verder
1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aandrijven

dreef -, h. (2, 3, 4, 5), i. (1) -gedreven (1 vlottend naderen; 2 sneller doen gaan; 3 vaster doen klemmen; van vloeren; doen sluiten; 4 aansporen; 5 in beweging brengen): 1 het lijk dreef aan; z. strowis; 2 koeien -; 3 spijkers -; 4 eerzucht drijft hem aan; iem. tot kwaad 5 een machine -door assen en wielen; -drijver, m. -s;-drijving,v. -en: d...

Lees verder
1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aandrijven

('a:n) (dreef, dreven aan; aangedreven) I. (heeft) 1. door drijven snel(ler) doen voortgaan : koeien -. 2. sterk aanzetten ; op iemands iets doen; eerzucht drijft hem aan. Syn. aanhitsen, aan jagen, aanporren, aanpressen, aanprikkelen, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, aanzetten, opruien, opstoken, opwekken. Tgst. bedaren. 3. in...

Lees verder
1916
2022-11-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aandrijven

Aandrijven - tot handelen aanzetten; ook de handeling van den ruiter ten opzichte van het paard, teneinde in beweging te gaan, het tempo uit te strekken, den verdubbelden gang aan te nemen of hoogere actie te ontwikkelen; geschiedt door been- en zithulpen.

1910
2022-11-30
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Aandrijven

Aandrijven - het stooten van twee schepen op elkander, hetzij door toeval, hetzij door gebrek aan voorzorgsmaatregelen of toezicht. Aanvaring door toeval, doet elk schip de eigen schade dragen; door schuld van een der schippers, draagt deze alle schade; bij onzekerheid over de oorzaken, dragen beide schepen naar evenredigheid hunner waarde en ladin...

Lees verder
1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aandrijven

Aandrijven - (dreef aan, heeft en is aangedreven), voortdrijven, aanjagen (van dieren); (fig.) bezielen, aansporen, aanzetten; dieper inslaan, vaster doen klemmen of sluiten (van spijkers, spijen en bouten); door het water enz. aangespoeld worden; (fig). op een stroowisch komen aandrijven, naakt en berooid uit den vreemde komen, om zich hier...

Lees verder
1856
2022-11-30
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Aandrijven

o.w. 1. Uit zee naar wal drijven. Het lijk van den stuurman kwam heden morgen aandrijven. 2. Tegen iemand: Het schip kwam tegen ons aandrijven Zie aanvaren.

Lees verder