Autosport ABC

Autosport ABC door Rob Wiedenhoff

Gepubliceerd op 31-03-2017

2017-03-31

Wereldkampioen

betekenis & definitie

Sinds de instelling van het F1-wereldkampioenschap door de FIA in 1950 werden, tot en met 2004, door 27 coureurs 55 wereldtitels behaald.

De kampioenen: Farina (1950), Fangio (1951, 1954-1957), Ascari (1952-1953), Hawthorn (1958), Brabham, (1959, 1960, 1966), Phil Hill (1961), Graham Hill (1962, 1968), Clark (1963, 1965), Surtees (1964), Hulme (1967), Stewart (1969, 1971, 1973), Rindt (1970, postuum), Fittipaldi (1972, 1974), Lauda (1975, 1977, 1984), Hunt (1976), Andretti (1978), Scheckter (1979), Jones (1980), Piquet (1981, 1983, 1987), Rosberg (1982), Prost (1985, 1986, 1989, 1993), Senna (1988, 1990, 1991), Mansell (1992), Schumacher (1994, 1995, 2000-2004), Damon Hill (1996), Villeneuve (1997), Hakkinen (1998, 1999).