winkel betekenis & definitie

Het begrip winkel heeft 20 verschillende betekenissen:

1) ruimte ingericht voor handwerk en eventueel voor de verkoop van het vervaardigde; werkplaats van een ambachtsman
2) neergelegd zijn in een winkelruimte voor verkoop; uitgestald liggen als koopwaar
3) opgesteld zijn in een winkelruimte voor verkoop; uitgestald staan als koopwaar
4) er is werk te verrichten, er valt het nodige te doen
5) bedrijf dat een assortiment handelsproducten verkoopt, in de regel in kleine aantallen of hoeveelheden aan particuliere verbruikers, en soms bijbehorende diensten op het vlak van onderhoud en reparatie aanbiedt; winkelbedrijf
6) gebouw, pand of een deel daarvan waar handelswaar voor verkoop wordt uitgestald; ruimte of deel daarvan waarin een winkelbedrijf is gevestigd; winkelpand
7) de verkoopsactiviteiten van een winkel definitief staken
8) als verkoper in een winkel werken; winkelbediende zijn
9) winkelbedrijf met een groot en uiteenlopend assortiment waren; winkelbedrijf waar zo goed als alles te koop is
10) de winkel beïndigt zijn verkoopsactiviteiten op het einde van de werkdag of voor een werkonderbreking, respectievelijk, de winkels beëindigen hun verkoopsactiviteiten
11) iets voor verkoop uitstallen
12) erop toezien dat gedaan wordt wat nodig is; specifieker en negatiever ook: erop toezien dat het noodzakelijkste en niets meer dan dat wordt uitgevoerd
13) de verkoopsactiviteiten van de winkel starten bij het begin van een nieuwe werkdag of na een werkonderbreking
14) starten met een winkelbedrijf
15) de winkel staakt zijn verkoopsactiviteiten definitief, respectievelijk, de winkels staken hun verkoopsactiviteiten definitief
16) winkelbedrijf van een winkelier die rondrijdt met een wagen met levensmiddelen en andere dagelijkse behoeften en deze ter plekke verkoopt aan bewoners op het platteland en in afgelegen woonkernen
17) de winkel start voor het eerst zijn verkoopsactiviteiten, respectievelijk, de winkels starten voor het eerst hun verkoopsactiviteiten
18) de winkel start zijn verkoopsactiviteiten bij het begin van een nieuwe werkdag of na een werkonderbreking, respectievelijk, de winkels starten hun verkoopsactiviteiten
19) ophouden met verkoopsactiviteiten bij het einde van de werkdag, voor een werkonderbreking enz.
20) winkelbedrijf dat producten of diensten via internet verkoopt en gekochte waren thuisbezorgt of bij een magazijn laat afhalen door de klant, vaak tegen een lagere prijs door het uitsparen van winkelhuur en winkelpersoneel; internetwinkel

Gepubliceerd op 30-05-2017