Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

vliegtuig

betekenis & definitie

Het begrip vliegtuig heeft 9 verschillende betekenissen:

1) gebruikmaken van een vliegtuig om ergens heen te gaan
2) een vliegtuig vastmaken of plaatsen aan de verbindingsgang met gebouwen zodat passagiers het toestel kunnen betreden of verlaten
3) iemand met een vlucht meesturen, veelal onder dwang, bv. voor uitzetting uit een land
4) een vliegtuig buiten gebruik houden of niet toestaan op te stijgen; een vliegtuig geen vlucht laten maken
5) beslag leggen op een vliegtuig
6) vliegtuig dat vanop afstand wordt bestuurd; vliegtuig zonder piloot
7) vervoermiddel dat zich door de aƫrodynamische liftkracht van vaste vleugels door de lucht verplaatst onder aandrijving van een of meer motoren, of bij een motorloos ontwerp louter door zijn zweefvermogen; luchtvaartuig; toestel
8) het, zijn vliegtuig op tijd bereiken zodat men de vlucht niet mist
9) de bemanning van een vliegtuig overmeesteren en de passagiers gijzelen om zekere eisen te doen inwilligen of terreurdaden te plegen