uur betekenis & definitie

Het begrip uur heeft 79 verschillende betekenissen:

1) onveranderlijk tijdstip als begin of einde voor iets
2) tijdspanne die een vierentwintigste deel van een astronomische dag duurt; periode van 60 minuten
3) periode van precies dan wel ongeveer 60 minuten, die bestemd is voor zekere activiteit en vaak op vooraf vastgelegde tijdstippen begint en eindigt
4) bepaald moment, zeker tijdstip dat in de nacht valt
5) het genoemde uur wordt aangegeven door het overeenkomstig aantal slagen van een klok of uurwerk op een gong, bel e.d.
6) niet uren of, ruimer ook, eindeloos tijd hebben voor iets
7) telkens wanneer er na zeker tijdstip opnieuw zestig minuten verstreken zijn; met tussenpozen van een uur
8) een periode van iets minder dan zestig minuten; iets minder dan een uur
9) moment waarop iemand sterft; iemands stervensuur
10) tijdstip van een vol uur in de dagindeling van vierentwintig uren, waarbij men naar onder meer militair gebruik het cijfer en de volgende twee en als één getal leest
11) een uur daarvoor; in het uur daarvoor
12) tijdstip waarop een klok aanduidt dat een volledig uur van de vierentwintig uren die een dag telt, is verstreken
13) er zijn sinds middernacht of sinds de middag zoveel maal zestig minuten verlopen als genoemd
14) uur dat bestemd is om onderwijs te volgen of te geven; lesuur
15) iets wat de tijdsduur van enkele uren vraagt
16) uur dat men niet nuttig of zinvol heeft besteed of kunnen besteden
17) uren in de avond en nacht waarin al dan niet volledige duisternis heerst
18) zeker tijdstip laat in de avond of nacht
19) moment waarop iemand sterft
20) de beschikking hebben, respectievelijk krijgen over de genoemde tijdsspanne
21) geheim tijdstip waarop een militaire operatie zal plaatsvinden
22) in de laatste uren van de dag; zeer laat in de avond of nacht
23) op alle tijdstippen; altijd; voortdurend
24) volgens het onafgebroken tempo van opeenvolgende uren
25) iemand of iets uit de allereerste tijd of beginperiode
26) het moment is aangebroken
27) uren die behoren tot de periode van de nacht
28) een etmaal
29) uur waarin men niets dringends te doen heeft; uur waarin men tussen zijn eigenlijke bezigheden vrij of zonder werk is
30) uur waarin men de best mogelijke resultaten kan behalen bij zekere activiteit
31) uur, dan wel uren waarin de buitentemperatuur het laagst, respectievelijk, het hoogst is
32) op een wijze of volgens een tijdschema of tempo waarbij telkens een periode centraal staat, die loopt van het ene tijdstip van een heel uur tot het volgende; met de nadruk meer op het aspect van de continuïteit: ieder uur weer; ieder uur opnieuw; het ene uur telkens na het andere zonder onderbreking of uitzondering
33) uur waarin men is vrijgesteld van werk of school en dat men naar eigen inzicht mag besteden; uur vóór of na de werktijd of schooltijd
34) telkens wanneer er na zeker tijdstip opnieuw zestig minuten verstreken zijn; met tussenpozen van een uur; om het uur
35) in de eerste uren van de dag; zeer vroeg in de morgen
36) ieder tijdstip in de loop van een etmaal; algemener ook: altijd, voortdurend, steevast
37) een volledig uur
38) tijdstip met veel bezigheden, met een grote toeloop van belangstellenden, met veel verkeer enz., respectievelijk tijdstip met weinig bezigheden, met een geringe toeloop van belangstellenden, met weinig verkeer enz.
39) ruim een uur; iets meer dan een uur
40) dag en nacht; de klok rond
41) hoeveelheid van iets anders dan tijd, die bepaald of berekend wordt naar de tijdsduur van een uur
42) er geen besef van hebben of er niet op letten hoe laat het is
43) belangrijk of beslissend moment in de opeenvolging van gebeurtenissen en verschijnselen; belangrijk ogenblik in de tijd
44) werkuren waarvan het begin en einde steeds op een wisselend tijdstip worden gepland of geroosterd, vaak ook op wisselende werkdagen
45) gedurende vele uren; gedurende lange tijd
46) ruim een uur; iets meer dan een uur
47) ogenblik waarop het erop aankomt voor iets; beslissend moment
48) het moment waarop de juiste toedracht of de definitieve uitkomst van iets blijkt
49) werkuur waarvoor men loon uitbetaald krijgt
50) uren die aan arbeid zijn besteed en waarvoor loon is verschuldigd
51) zo stinken dat men het van op een verre afstand kan ruiken; heel erg stinken
52) slechts een klein aantal uren; weinig uren
53) een uur dat lang duurt voor het gevoel
54) naarmate telkens weer een uur verstrijkt; bij ieder uur dat voorbijgaat
55) een afstand die men op een half uur, respectievelijk, een heel uur stappen, kan afleggen; in bijwoordelijk gebruik: zo ver als men op een half uur, respectievelijk, een heel uur gaan komt
56) uur met veel bezigheden, met een grote toeloop van belangstellenden, met veel verkeer enz.
57) periode van veelal opeenvolgende uren die men op de genoemde wijze ervaart
58) zeker tijdstip vroeg in de ochtend
59) een slecht, ongunstig of ongeschikt tijdstip
60) ongeveer zoveel uur als genoemd
61) het aantal afnemende uren tellen in afwachting van zeker moment waarnaar men uitkijkt of waarop iets moet gebeuren; een naderend tijdstip afwachten door het afnemende aantal uren te tellen
62) op tijdstippen die steeds wisselen
63) uur waarin men werkt; uur bestemd om te werken; werkuur
64) uur, respectievelijk uren waarin het zeer rustig is met weinig bezigheden, met een gering aantal van aanwezigen, met een beperkte hoeveelheid verkeer enz.
65) werkuren presteren
66) werkuur dat men niet aan arbeid heeft kunnen besteden
67) dag en nacht; de klok rond
68) het tijdstip van middernacht; 0.00 uur; twaalf uur 's nachts
69) tijdstip waarop telkens na zestig minuten een van de 24 delen van een etmaal eindigt, door een klok aangeduid in een oplopende nummering van één tot vierentwintig dan wel van één tot twaalf bij telling vanaf middernacht of de middag; tijdstip waarop de klok een vol uur aanwijst
70) het moment dat iemand gaat overlijden is nabij; iemand is stervende; iemand ligt op sterven
71) uur waarin men ernstige tegenslag of tegenspoed moet zien te doorstaan
72) met een zodanige nauwkeurigheid dat ieder uur correct wordt aangegeven of gemeten; binnen een tijdsmarge met de nauwkeurigheid van een uur
73) in afwachting van iets uit verveling de uren (en dagen) optellen die men noodgedwongen moet laten verstrijken
74) zijn tijd, een ongespecificeerd aantal uren doorbrengen met iets
75) op onveranderlijke, stipte tijden; op vaste tijden
76) bepaald ogenblik in een etmaal, zoals door een klok of horloge wordt aangegeven of dat min of meer precies is te situeren in de dagindeling
77) over een afstand die men slechts door vele uren lopen enz. aflegt
78) tijdstip waarop een klok aanduidt dat een half uur van de vierentwintig uren die een dag telt, is verstreken
79) ter aanduiding dat eerst nog de genoemde tijd moet verstrijken vooraleer iets ten einde komt of iets kan plaatsvinden: met nog zoveel uren als vermeld in het verschiet of voor de boeg

Gepubliceerd op 30-05-2017