taalmaatje betekenis & definitie

iemand die een niet-moedertaalspreker van een taal helpt om zich die taal goed eigen te maken door er geregeld langs te gaan, over allerlei alledaagse zaken te praten, te helpen met het invullen van formulieren en met het bezoeken van officiƫle instanties, met als doel dat de niet-moedertaalspreker zich steeds beter leert te redden in de taal en het taalmaatje op den duur niet meer nodig heeft om te kunnen functioneren

Gepubliceerd op 30-05-2017