middag betekenis & definitie

Het begrip middag heeft 19 verschillende betekenissen:

1) vanaf de middag van een bepaalde dag of vanaf de genoemde tijdsspecificatie binnen betreffende middag
2) kort voor het middaguur
3) iedere middag, telkens in de middag; ook: alle of de meeste middagen in zekere periode
4) tijdstip waarop de zon haar hoogste stand boven de plaatselijke horizon bereikt; tijdstip dat precies in het midden valt van de tijdsruimte tussen zonsopgang en zonsondergang; het midden van de dag volgens ware zonnetijd
5) tot de middag van een bepaalde dag of tot de genoemde tijdsspecificatie binnen betreffende middag
6) periode na het middaguur waarin men het werk onderbreekt en de lunch gebruikt; gedeelte van de dag na het middaguur tussen ongeveer 12.00 en 14.00 uur
7) gedeelte van de dag tussen de ochtend en de avond, dat ongeveer duurt van 12.00 tot 18.00 uur
8) tijdstip om 12.00, door een gewoon uurwerk aangegeven volgens middelbare zonnetijd
9) telkens vanaf de middag of vanaf alle of de meeste middagen in zekere periode; telkens vanaf de genoemde tijdsspecificatie in de middag
10) tijdstip om 12.00 uur, wanneer de zon haar hoogste stand aan de hemel bereikt; het midden van de dag
11) bijeenkomst 's middags, georganiseerd voor een optreden, evenement, activiteit of bezigheid
12) het eerste deel van de middag; het begin van de middag
13) het laatste deel van de middag
14) telkens tot de middag of tot alle of de meeste middagen in zekere periode; telkens tot de genoemde tijdsspecificatie in de middag
15) het eerste deel van de middag van ongeveer 12.00 tot 15.00 uur; de vroege middag
16) in, tijdens de middag van een bepaalde dag
17) iedere middag, telkens in de middag; ook: alle of de meeste middagen in zekere periode
18) het laatste deel van de middag van ongeveer 15.00 tot 18.00 uur; de late middag
19) in de tijd tussen ongeveer 12.00 en 14.00 uur; in de middagpauze