Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

kaderbrief

betekenis & definitie

brief, notitie over de overheidsbegroting.

brief, vertrouwelijke notitie waarin de minister van Financiën ten behoeve van het kabinet het kader, de contouren schetst van de overheidsfinanciën en de gevolgen die dat heeft voor de in te dienen begroting.

Voorbeelden:
D66-minister Wijers wil meer geld voor het bedrijfsleven. VVD-staatssecretaris Terpsta (welzijn) pleit voor meer geld voor de jeugdhulpverlening. VROM wil meer geld voor duurzaam bouwen. En zo slibde de brievenbus bij financiën dicht. De ministerraad sprak vandaag voor de eerste keer over de kaderbrief. Volgende week treffen de ministers elkaar iedere dag in de Trêveszaal om over de begroting 1996 te praten.
NRC, 1995

In de Trêveszaal wijdde de ministerraad vandaag een eerste bespreking aan de kaderbrief van de minister van financiën waarmee traditioneel de onderhandelingen beginnen over de begroting die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd.
NRC, 1995

Minister Kok van financiën heeft zijn collega's voorgesteld voor 1,5 miljard gulden extra te bezuinigen. Het bedrag maakt deel uit van de vijf miljard aan ombuigingen voor de komende jaren die het kabinet wel heeft aangekondigd, maar nog niet ingevuld. De invulling van het restant van 3,5 miljard wil Kok aan het nieuwe kabinet overlaten. De bewindsman schrijft dat in de zogeheten kaderbrief, die hij naar zijn collega's heeft gestuurd. In dit vertrouwelijke stuk blikt Kok vooruit op het komende begrotingsjaar. Het kabinet spreekt vandaag voor het eerst over de kaderbrief. Donderdag wordt het overleg voortgezet.
Meppeler Courant, 1994

Naast de relatief gunstige economische ontwikkeling kon de kaderbrief relatief snel worden behandeld doordat de premier en de minister van financiën als een hecht team opereren.
NRC, 1995

De collectieve lastendruk bedraagt dit jaar volgens de kaderbrief 53,6 procent van het nationaal inkomen.
Meppeler Courant, 1994

Volgens de kaderbrief komt het financieringstekort dit jaar uit op 3,75 procent van het netto nationaal inkomen, zoals Kok al eerder had aangekondigd.
Meppeler Courant, 1994