kaak betekenis & definitie

Het begrip kaak heeft 14 verschillende betekenissen:

1) een gezichtsuitdrukking die boosheid uitstraalt
2) elk van de beide zijkanten van het gezicht vanaf de onderkaak tot aan de slaap; wang
3) deel van de schedel dat uit een ondergedeelte en een bovengedeelte bestaat die zich rond de mondholte bevinden en waarin de tanden en kiezen zitten
4) openlijk aantonen dat iemand onprettige eigenschappen heeft en/of verkeerd gedrag vertoont
5) vervuld van schaamte; beschaamd
6) zoete, gebakken lekkernij die bereid is uit deeg, eieren, suiker of andere ingrediƫnten en die krokant of zacht is en doorgaans bruin of bruinachtig van kleur; koek
7) iemand ondanks ervaren onrecht niet wraakzuchtig bejegenen
8) openlijk aantonen dat iets verkeerd is; foute praktijken aan het licht brengen
9) iemands billen
10) iemand wordt rood, krijgt rode wangen van schaamte; iemand bloost van schaamte
11) niets zeggen, ook niet onder grote druk; pertinent weigeren iets te zeggen
12) voorwerp dat vergeleken wordt met een kaak; op een kaak lijkende zaak
13) vervuld van schaamte; beschaamd
14) platform waarop of paal waaraan veroordeelden vroeger in het openbaar tentoongesteld werden; schandpaal

Gepubliceerd op 30-05-2017