Wat is de betekenis van kaak?

2020
2021-06-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kaak

Het begrip kaak heeft 4 verschillende betekenissen: 1) deel van de schedel. deel van de schedel dat uit een ondergedeelte en een bovengedeelte bestaat die zich rond de mondholte bevinden en waarin de tanden en kiezen zitten. 2) wang. elk van de beide zijkanten van het gezicht vanaf de onderkaak tot aan de slaap; wang. 3) schandpa...

Lees verder
2020
2021-06-22
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Kaak

Zie Nicolaas

2019
2021-06-22
Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Kaak

Inwendig of uitwendig verstevigd skeletgedeelte nabij de mond dat vaak tanden en kiezen draagt en bestaat uit twee of meer onderdelen die met elkaar samenwerken ten behoeve van de voedselverwerking Kaken stellen een dier in staat om voedsel af te bijten en te kauwen zodat het in het darmkanaal verwerkt kan worden. Roofdieren hebben bijna altijd kak...

Lees verder
2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kaak

kaak - Zelfstandignaamwoord 1. (palindroom) (anatomie) het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn De dode dolfijn had een aangeboren afwijking en een gebroken kaak. 2. (anatomie) een wang Hij gaf haar een kus op de ...

Lees verder
2018
2021-06-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kaak

kaak - zelfstandig naamwoord 1. bot waar je tanden en kiezen in zitten ♢ hij kreeg bij het vechten een klap tegen zijn kaak 1. iets aan de kaak stellen [duidelijk laten zien dat het verkeerd is] Z...

Lees verder
2017
2021-06-22
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Kaak

In oliemolens wordt de buul met de koek erin gestroopt op de kaak. Iemand of iets aan de kaak stellen.

2015
2021-06-22
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

kaak

wang Ik trok haar naar me toe, ik legde mijn neus in haar hals, rook de hooigeur, de zurige roomgeur van haar haren en huid. Ik zocht haar kaak af tot mijn lippen haar mond vonden, ze liet zich kussen. (Elvis Peeters, De ontelbaren) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal

Lees verder
2010
2021-06-22
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

kaak

Het benige deel onder aan je schedel waarmee je voedsel kauwt voordat dit in je spijsverteringsstelsel terechtkomt. De bovenkaak (Latijn: maxilla, uitspraak: mak-SIL-laa) zit vast aan de rest van de schedel. De onderkaak (Latijn: mandibula, uitspraak: man-DIE-buu-laa) ligt daar los tegenaan en beweegt door een scharniergewricht ten opzichte van de...

Lees verder
1997
2021-06-22
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kaak

zie hondsdag, kies, kramp.

1981
2021-06-22
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Kaak

1. boven- en onderkaak dragen bij de gewervelde dieren het gebit. Bij de zoogdieren en ook bij de mens zijn de elementen van het gebit met hun wortels in de kaakbeenderen verzonken; 2. ook enkele monddelen van insekten, kreeften en inktvissen worden kaken genoemd.

Lees verder
1973
2021-06-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kaak

v./m. (kaken), 1. (anatomie) de begrenzing van de mondholte aan de bovenzijde (bovenkaak) en onderzijde (onderkaak); ook de skeletdelen hiervan (boven-en onderkaaksbeen) (e); (mv.) de organen waarmee men eet en spreekt: hij kan zijn kaken goed roeren, hij kan verder flink praten; (ook) hij kan flink eten; (zegsw.) hou je kaken op elkaar, zwijg!; ie...

Lees verder
1964
2021-06-22
voornamen

Voornamenboek

Kaak

v -> Nicolaas. Het Bildt (verouderd). Kaan v -> Johannes. Het Bildt (verouderd).

Lees verder
1958
2021-06-22
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

KAAK

Schandpaal, vaak bekroond met stadswapen. Wie 'aan de K. gesteld werd’, werd aan de K. vastgeklonken, droeg soms een bord met opschrift, en stond vaak op marktdag — voor spot. In de 16de eeuw stond te Lwd. de K. aan de oostzijde van de Brol, later bij de stoep van het raadhuis (daar weggebroken, 1795). De K. droeg de klimmende leeu...

Lees verder
1954
2021-06-22
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Kaak

een schedelbeen waar tanden in geplant zijn. Het bovenkaaksbeen (os maxillare) is een onverbrekelijk deel van de aangezichtsschedel. Het onderkaaksbeen (mandibula) is het beweeglijke hoefijzervormige beenstuk waar de ondertanden in geplaatst zijn; het heeft aan de hoekvormige omhooggebogen uiteinden twee gewrichtskopjes (capitula) voor het kaakgewr...

Lees verder
1954
2021-06-22
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Kaak

de oude schandpaal, op enkele plaatsen nog bewaard, b.v. te Farmsum bij Delfzijl. De oude kaak van Leens dient nu als grenspaal tussen Leens en Ulrum. De straf van de kaak en van 't brandmerken werden afgeschaft in 1854. Op verschillende dorpen kent men nu nog het woord Kaakheem, het erf waar de kaak op stond; zo te Ten Boer K&ograv...

Lees verder
1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kaak

s., kaek, kake, tsjeak, kieu.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kaak

v. (kaken), 1. (ontl.) het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn: bij de mens onderscheidt men een bovenen een onderkaak; 2. kakebeen, boven- of onderkaak, maar zonder nadere bep. gewoonlijk de laatste: in elke kaak zitten evenveel tanden en kiezen; een vooruitstekende kaak (onderk...

Lees verder
1949
2021-06-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kaak

(1), paal, waaraan misdadigers werden vastgebonden en tentoongesteld (aan de kaak stellen). De Code Pénal kende deze straf nog als hoofdstraf en tevens als bijkomende straf voor tot tuchthuisstraf of dwangarbeid veroordeelden; (2) de harde delen om de mond, die door middel van speciale spieren bewogen worden. Dienen voor de inname van voedse...

Lees verder
1939
2021-06-22
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Kaak

Doelwit voor boksers.

1937
2021-06-22
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Kaak

Platform. Vroeger werden misdadigers op de kaak gezet, om door het publiek gehoond te worden. In den landbouw is een bergkaak een stelling, aan den buitenkant tegen het hooi aangebracht, om het hooi bij het bergen hooger te kunnen opvorken. Een kaakberg is een stelling van twee meter hoogte onder den hooiberg, zoodat het onderste deel van den berg...

Lees verder