Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

biefstuk

betekenis & definitie

Het begrip biefstuk heeft 2 verschillende betekenissen:

1) stuk gespierd rundvlees.
stuk of lap vlees gesneden uit de bovenbil, standaard van een rund soms ook van een paard; stuk van het spierstuk of de lende van een rund of ook van een paard.

2) stuk goed spiervlees.
lap of stuk goed spiervlees in het algemeen; goed stuk spiervlees van andere dieren dan runderen (of paarden), zoals dat van een hert, springbok, kangoeroe, struisvogel of zelfs van een tonijn of krokodil.
Dit gebruik wordt vaak gespecificeerd door van hert, van struisvogel, van tonijn, etc.