Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

biefstuk

betekenis & definitie

Het begrip biefstuk heeft 7 verschillende betekenissen:

1) kleine restjes biefstuk die met eiwitten tot een lapje biefstuk samengevoegd zijn
2) vleesvervanger die vergeleken wordt met biefstuk; chique vleesvervanger; hooggeschatte vleesvervanger; vleesvervanger van goede kwaliteit
3) stuk of lap vlees gesneden uit de bovenbil, standaard van een rund soms ook van een paard; stuk van het spierstuk of de lende van een rund of ook van een paard
4) biefstuk gemaakt van rundvlees van mindere kwaliteit waar de pezen uit zijn gesneden en die vaak malser is gemaakt door hem te pletten of te prikken; steak van biefstuk
5) vlees gesneden uit de bovenbil, het spierstuk of de lende van een rund of paard
6) lap of stuk goed spiervlees in het algemeen; goed stuk spiervlees van andere dieren dan runderen (of paarden), zoals dat van een hert, springbok, kangoeroe, struisvogel of zelfs van een tonijn of krokodil
7) goed spiervlees in het algemeen; goed spiervlees van andere dieren dan runderen (of paarden), zoals van een hert, springbok, kangoeroe, struisvogel of zelfs van een tonijn of krokodil