Ubbelohde betekenis & definitie

Ubbelohde (August), een verdienstelijk beoefenaar van het Romeinsch regt, werd geboren den 18den November 1833 te Hannover, waar zijn vader Wilhelm Ubbelohde zich ook reeds bekend had gemaakt door zijne werken: „Statistisches Repertorium über das Königreich Hannover (1823)” en „Ueber die Finanzen des Königreichs Hannover (1834)”. Hij studeerde te Göttingen, Berlijn en vervolgens wederom te Göttingen in de regten, werd in 1854 auditeur bij de regtbank, erlangde in 1857 den rang van doctor in de regten en vestigde zich als privaatdocent te Göttingen. In 1862 werd hij er buitengewoon hoogleeraar, in 1863 secretaris der landbouwvereeniging en in 1865 redacteur van het „Journal für Landwirtschaft”.

In laatstgenoemd jaar echter aanvaardde hij de betrekking van gewoon hoogleeraar in het Romeinsch regt te Marburg en sedert 1871 vertegenwoordigt hij deze universiteit in het Pruissische Huis der Heeren. Behalve talrijke verhandelingen in tijdschriften leverde hij: „Ueber den Satz: Ipso jure compensatur (1858)”, — „Die Lehre von den untheilbaren Obligationen (1862)”, — „Ueber die rechtlichen Grundsätze des Viehhandels (1865)”, — „Zur geschichte der benannten Realkontrakte auf Rückgabe derselben Species (1870)” — en „Ueber die usucapio pro mancipato (1870)”.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018