had betekenis & definitie

had - Werkwoord
1. enkelvoud verleden tijd van hebben
♢Ik had
♢Jij had
♢Hij, zij, het had
2. vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd
Had toch langsgekomeverleden tijd van hebben
tab tab1">♢Ik had
♢Jij had
♢Hij, zij, het had
2. vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd
Had toch langsgekomen!

Gepubliceerd op 04-12-2017