derde betekenis & definitie

derde - Zelfstandignaamwoord
1. door drie gedeeld iets
    ♢ Een derde van de stedelijke wereldbevolking woont in sloppenwijken.
derde - Zelfstandignaamwoord
1. nummer drie in een rij
    ♢ De derde die belt maakt kans op 200 euro, waag je kans!
    ♢ Als je op de derde plaats komt in een wedstrijd krijg je een bronzen medaille.
2. (veelal meervoud) onbetrokken partij
    ♢ De mening van derden moet worden ingeroepen om volledig objectief te zijn.
derde - Rangtelwoord
1. betrekking hebbend op nummer drie in een rij
    ♢ De derde wereldoorlog bleef gelukkig uit.

Woordherkomst
afgeleid van drie met het achtervoewoont in sloppenwijken.
derde - Zelfstandignaamwoord
1. nummer drie in een rij
    ♢ De derde die belt maakt kans op 200 euro, waag je kans!
    ♢ Als je op de derde plaats komt in een wedstrijd krijg je een bronzen medaille.
2. (veelal meervoud) onbetrokken partij
    ♢ De mening van derden moet worden ingeroepen om volledig objectief te zijn.
derde - Rangtelwoord
1. betrekking hebbend op nummer drie in een rij
    ♢ De derde wereldoorlog bleef gelukkig uit.

Woordherkomst
afgeleid van drie met het achtervoegsel -de

Gepubliceerd op 03-10-2017