Adamsappel betekenis & definitie

De adamsappel noemt men het vooruitstekende deel van het strottenhoofd, dat vooral bij mannen zichtbaar is. De naam is ontleend aan de overlevering der Rabbijnen (zie „Schriftgeleerden"), volgens welke Adam een stuk van den bekenden appel in de keel bleef steken en deze deed zwellen. Tot straf ging die verdikking als een schandmerk op al zijn mannelijke nakomelingen over.

Ook bestaan er twee soorten van appels, die Adamsappels heeten, daar men in de holligheden van de schil de indrukselen van tanden wil zien.