uitgedroogde frikadel betekenis & definitie

levenloos, saai, futloos persoon.

‘Waar bemoei jij je mee, uitgedroogde friccadel?’ De ‘uitgedroogde friccadel’, die niet begreep, hoe hij aan die titulatuur kwam, suste weer: ‘Nou, nou, nou, nou!’ (J.B. Schuil, De A.F.C.-ers, 1915)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017