teringlijer betekenis & definitie

verachtelijke vent; ellendeling. Vgl. kelerelijer.

Is dat je vrijer, die teringlijer? (Harry Mulisch, Archibald Strohalm, 1951. 10e druk 1980)

Krijgen jullie de pleuris vuile teringlijers. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)

Jij? Jij moet eens met je vuile rotpoten an me flikker durven komen! Dan pak ik vandaag Rickie nog en ga ik naar me moeder, smerige teringlijer! (Harry Boting, Wie geeft me jatmous? 1965)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017