Rattenzoon betekenis & definitie

verachtelijk persoon; klootzak. Vgl. hoeren zoon, hondenzoon.

‘Paul,’ zegt Hildebrand, ‘ik moet even op de Amstel wezen. Ga mee, rattenzoon.’ (Paul A. Wilking, De roerige wereld van Pistolen Paul, 1968)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017