Pakslinger betekenis & definitie

(Bargoens) onbeschaafd, ordinair mens. Soms ook voor 'een sufferd of goedgelovig iemand’. Van het Jiddische woord Pakschlingel. Oorspronkelijk gebruikt m.b.t. rondtrekkende Joodse marskramers die met een pak op de rug rondzwierven. Slinger komt van schlingen in de oudere betekenis van 'zich bewegen’.

... dat ie ’m zou warrege as ie ’m onder hande kreeg, an die pakslinger. (Israël Querido: Levensgang, 1901)

Dat lieg je pakslinger! (Israël Querido, Het volk Gods, 1932)

En als jij in je stinkerd zit, omdat je moer getippeld is met een pakslinger, motje terug gaan naar je vaar. (Willem van lependaal, Polletje Piekhaar, 1935)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017