Omgevallen boekenkast betekenis & definitie

betweter. Eigenlijk gebruikt om een belezen iemand mee aan te duiden, iemand die al zijn wijsheid uit de boeken gehaald heeft maar weinig inzicht blijkt te hebben in dat wat hij erover naar buiten brengt.

Mogelijk voor het eerst toegepast op Israël Querido (1872-1932) door ofwel Frank van der Goes (1859-1939) ofwel Louis Couperus (1863- 1923). Bron: De Citatenvorser, september 1997. Omgevallen boekenkast is ook de titel van een boek (1987) van Peter van Straaten. De laatste tijd wordt de uitdrukking ook wel gebruikt m.b.t. internet: een groot aanbod van informatie maar weinig gestructureerd en met een rommelig karakter.

Hetgeen niet uitsloot dat, die ‘drommelsche omgevallen boekenkast’ als instructeur vaak blijk gaf van een scherpen blik op menschen en zaken. (Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1915)

De voor het huishoudelijk huwelijk geknipte Elza roerde hem niet, Greta, de omgevallen boekenkast, liet hem koud. (Het Vaderland, 18/10/1925)

Couperus vergeleek den veelweter (Querido, nvdr), den autodidact, die alles wat hij te weten was gekomen, ook nadrukkelijk en onmiddellijk etaleren moest, met een omgevallen boekenkast: de inhoud is waardevol, maar alles ligt een beetje door elkaar. (Annie Salomon, Herinneringen uit den ouden tijd, 1957)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017