kaffer betekenis & definitie

lomperd, boer. Oorspronkelijk niet zo negatief beladen. Het komt van het Arabische woord kaür, dat ‘ongelovige’ betekent. Kafir werd kaffer,; een scheldnaam door de moslims aan andersgelovigen gegeven. Niet-moslims worden door Marokkaanse jongeren tegenwoordig nog vaak voor kaffers uitgescholden. Misschien is er ook invloed van het Hebreeuw-Jiddische woord kafrie (dorpsbewoner). Veehandelaren noemden hun geachte clientèle vroeger kaffers en dat was niet denigrerend bedoeld. In soldatenslang wordt kaffer ook gebruikt m.b.t. een cavalerist. Vermoedelijk is het een verbastering van dit laatste woord, maar dan met de onderliggende betekenis van ‘boer, lomperd, schooier’. Duitse soldaten gebruiken de term Kaffer overigens om een burger, een niet-militair mee aan te duiden. Zie ook horecaffer.

.. .ga maar; als je terug bent, kun je de straf verder uitzitten, satansche kaffer! (De Groene Amsterdammer, 19/10/1890)

Dat gaat je onmilitaire verstand te boven, hè! Kaffers zijn jullie, daar! (A.M. de Jong, Notities van een landstormman, 1917)

‘Kaffer,’ schold Kruimeltje hem na, ‘ka-je niet uitkijke?’ (Chr. van Abkoude, Kruimeltje, 1923)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017