iezegrim betekenis & definitie

iemand die nooit tevreden is; nurks persoon; mopperaar; brompot. Bekend uit het middeleeuwse dierenepos ‘Reynaert’, waar het de naam van de wolf is. In de zestiende eeuw was een iezegrim iemand met een afschrikwekkend gelaat.

Ik had maar vier poppen, en daar onder twee oude lelijke iezegrimmen. (Betje Wolff, Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut, of de Gevolgen der Opvoeding, 1793-1796)

Most zoo’n stuk iesegrim nou zoo uitvallen, omdat wij ’n medemensch ’n handje geven, om uit de modder op ’t droge te komen. (Herman Heijermans, Vuurvlindertje, 1925)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017