filler betekenis & definitie

(soldatentaal) verachtelijk, slecht mens; klootzak. Oorspronkelijk betekende het: soldaat van een nieuwe lichting, die zijn opleiding reeds beëindigd heeft en bij een eenheid aankomt ter aflossing van iemand anders. In rangorde staat hij tussen de gewone rekruut (ook wel bol in soldatenslang) en de semi-ouwe joekel (de bijna afgezwaaide soldaat). Het woord heeft meestal een negatieve connotatie (onervaren soldaat), vandaar ook samenstellingen zoals kutfiller en zaadloze filler.

... maar ook een filler wil er bij de stomp niet in. (Neerlands Hoop, Vrolijke soldatenpotpourri no 4. Uit: Neerlands Hoop in Panama, 1971)

... onder het schelden van ‘Filler’, ‘Bruinwerker’ en ‘Matenaaier’ begonnen ze mij te bekogelen met messtins, koppels en handboeken soldaat. (Kees van Kooten, Veertig, 1982)

Dienstplichtigen, landmacht, dacht ik, minachtend, fillers die er met één, hoogstens twee jaar weer uit waren. (Jan Cremer, De Hunnen. Deel 3,1984)