filister, filistijn, philister betekenis & definitie

(studententaal) niet-student; burgermannetje; bekrompen iemand. Tevens gebruikt voor een student die niet deelneemt aan het verenigingsleven (ook wel nihilist genoemd). Het woord is overgenomen uit de Duitse studententaal {Philister) en is ontleend aan ‘de onbesneden Filistijn’ uit de Bijbel (Sam. 17:26 e.a.). Luther gebruikte Philister om het Griekse Philistinoi (Palestijnen) weer te geven. Het woord zou volgens sommige bronnen teruggaan tot een voorval in het jaar 1693, toen bij een treffen tussen studenten en inwoners van Jena een student werd gedood. Omdat de Filistijnen (een nevenvorm van Palestijnen) de vijanden van de Joden waren, van het uitverkoren volk, werd de naam ook overgedragen op de vijanden van de studenten: de burgers. De burgers vormen het Filisterdom. Het woord filistijn leeft nog voort in de uitdrukking naar de filistijnen helpen (iets kapot of onbruikbaar maken). In het Frans spreekt men over les Philistins.

Is er grooter vijandschap denkbaar dan tusschen den Student en den ploert, den philister, den Leidenaar, vertegenwoordigers dier maatschappij? (Johannes Kneppelhout, Studenten-typen, 1839-1841)

Uitvaagsel, deze man vol plichtsbesef, deze gehoorzame, preutse filister, deze dienstklopper, deze robot? (J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945, gepubl. 1965)

Nadat ik u de anekdoten meegedeeld heb, die u zo graag vernemen wilt, nieuwsgierige filister. (Roobjee, Vincent en Astrid van Gogh verdwijnen in een korenveld, 1977)