bakbeest betekenis & definitie

dronken man; wulpse kerel. In deze zin reeds opgetekend bij J. van der Veen (Zinnebeelden, oft Adams Appel, 1642). De betekenis van ‘dronkaard’ is wellicht ontwikkeld vanuit bak, benaming voor een grote borrel. Thans verouderd. In het noorden wordt het woord eerder geassocieerd met iets lomps, waarbij het niet uitmaakt of het om een zaak of een persoon gaat.

Wel, Huisman, welke is de naaste weg naar Assize? Hoor je niet, Bakbeest? (Jacob Campo Weyerman, De Rotterdamsche Hermes, 1720)