Piet van der Ploeg

Auteur van het psychologiewoordenboek

Gepubliceerd op 29-12-2016

2016-12-29

hyperventilatiesyndroom

betekenis & definitie

Hyperventilatie is een onbewuste ontregeling van de ademhaling. De ademhaling is groter dan de lichamelijke behoefte wat kan leiden tot duizeligheid. Daarnaast kunnen verschijnselen optreden zoals tintelingen in de vingers en rond de mond, druk op de borst, transpireren, onrust en angst. Hyperventilatie kan aanvalsgewijs optreden met zeer sterke reacties waarin de patiënt extreem hijgt of naar adem snakt. Dit wordt als zeer benauwd ervaren. Hyperventilatie kan ook in een meer chronische vorm optreden waarbij de patiënt in lichte mate gedurende meerdere uren hyperventileert. Deze vorm is vaak moeilijker herkenbaar. Allerlei tussenvormen komen ook voor.

Om een goede diagnose te stellen is vooral de aard van de klachten belangrijk. Daarnaast is enig onderzoek nodig. Door de specialist kan een evenwichtsonderzoek of een longfunctieonderzoek aangevraagd worden. Wanneer er geen lichamelijke oorzaak voor de klachten wordt gevonden en een niet optimale regulatie van de ademhaling is aantoonbaar of aannemelijk leidt dit tot het stellen van de diagnose hyperventilatie.
De oorzaak van de klachten kan van velerlei aard zijn. Ook psychische toestanden als stress en spanningen kunnen via een indirecte weg tot duizeligheid leiden; als (onbewuste) reactie kan hyperventilatie optreden.
De behandeling van de duizeligheid ten gevolge van hyperventilatie is primair gericht op de behandeling van de hyperventilatieproblemen zelf. Daarom is uitleg over de aard en oorsprong van de beangstigende klachten, waartoe ook duizeligheid behoort, van belang. Tevens kunnen ademhaling- en relaxatieoefeningen de klachten sterk doen verminderen. Acute aanvallen zijn het best op te vangen met de klassieke plastic zak waarin de patiënt dan ademt. Een enkele keer worden medicijnen voorgeschreven, maar terughoudendheid is hier op zijn plaats omdat gewenning aan het geneesmiddel gemakkelijk optreedt. Meestal wordt de huisarts betrokken bij de juiste therapie omdat hij/zij de patiënt of situatie persoonlijk kent.
Tegenwoordig wordt het bestaan van het hyperventilatiesyndroom sterk in twijfel getrokken en wordt het meer gezien als een symptoom bij angst.