Piet van der Ploeg

Auteur van het psychologiewoordenboek

Gepubliceerd op 29-12-2016

2016-12-29

dementie, multi-infarct

betekenis & definitie

Vroeger dacht men dat dementie veroorzaakt werd door aderverkalking in de hersenen. In de volksmond werd gesproken van 'verkalking in het hoofd', de medicus sprak van 'arteriosclerotische dementie'. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat er geen enkel verband bestaat tussen aderverkalking in de hersenen en dementie. Toch heeft 15 à 20% van de dementie gevallen met aderverkalking te maken. Maar niet op de wijze zoals men die zich in het verleden voorstelde.

Deze vorm van dementie, een vasculaire vorm van dementie, is namelijk een gevolg van een (beperkte vorm van) beroerte. Zoals in het afzonderlijk kader onderaan wordt uitgelegd kan een bloedstolseltje loskomen van een zogenaamd atheroom in een slagader. Dit wordt met de bloedstroom meegevoerd en kan in een (klein) bloedvat in de hersenen vast komen te zitten. Omdat dit bloedvat daardoor plotseling geheel verstopt wordt (embolie), krijgt het er achterliggende weefsel geen vers bloed meer aangevoerd en sterft het af. Dit noemt men een herseninfarct. Wanneer het een grote bloedprop is, die een grote ader afsluit, dan komt een groter stuk van de hersenen zonder bloed te zitten met alle ernstige gevolgen van dien (bijvoorbeeld een halfzijdige verlamming). We spreken dan van een beroerte.
Gaat het om heel kleine bloedstolseltjes, die een vaatje in de hersenen verstoppen, dan ontstaan kleine infarcten, met beperkte schade. Maar naarmate er, met verloop van tijd, meerdere kleine infarcten gaan optreden, waardoor telkens een klein stukje van de hersenen vernietigd wordt, kunnen verschijnselen van dementie ontstaan. Men spreekt dan van vasculaire of multi-infarctdementie (MlD). Deze vorm van dementie is de tweede belangrijkste vorm van dementie na de ziekte van Alzheimer. Beide aandoeningen verschillen echter in meerdere opzichten van elkaar.
Het begin ervan is acuut, in tegenstelling met de ziekte van Alzheimer die eerder een sluipend begin kent. Het plotselinge wegvallen van functies wijst dus op een vasculaire oorzaak. Het verloop van de ziekte heeft een grillig karakter: er is sprake van een stapsgewijze verslechtering (telkens als zich weer een infarctje voordoet), dit weer in tegenstelling met de ziekte van Alzheimer die gekenmerkt wordt door een geleidelijke achteruitgang. Het geestelijk verval doet zich in sprongen voor, met daartussen fasen van een zekere stabiliteit. De persoon blijft een tijdlang op hetzelfde niveau en lijkt zelfs wat op te knappen. Vaak wisselen de stoornissen in ernst, er zijn goede en slechte dagen. Heldere momenten zal men dus eerder zien bij personen met deze vorm van dementie. Vaak is het tragisch dat deze personen veel langer een besef hebben van hun ziekte in tegenstelling weer tot diegene die aan de ziekte van Alzheimer lijden en zich alleen in de beginfase van bewust zijn dat er iets mis is.
Zowel de ziekte van Alzheimer als de vasculaire dementie zijn ongeneeslijk maar de gemiddelde levenskans bij vasculaire dementie bedraagt zes jaar (aderverkalking kan immers complicaties veroorzaken in andere delen van het lichaam) terwijl dat in het geval van de ziekte van Alzheimer - algemeen gezien - enkele jaren langer is.
Het blijkt ook dat vasculaire dementie veelal wat jongere personen treft (50 à 65 jaar). Sommigen spreken daarom van preseniele dementie. Slachtoffers zijn vaak ook mensen met een voorgeschiedenis van hypertensie (hoge bloeddruk), diabetes (suikerziekte), hart- en vaataandoeningen, TIA's (kleine herseninfarcten) en beperkte CVA's (beroerte). De pathologische hersenafwijkingen bij vasculaire dementie zijn ook duidelijk verschillend van die bij de ziekte van Alzheimer: bij vasculaire dementie gaat hersenweefsel verloren doordat de bloedtoevoer afgesneden wordt, bij Alzheimer door de ontwikkeling van wat de medici seniele plaques en neurofibrillaire kluwens (tangles) noemen.