Stevenskerk betekenis & definitie

De Stevenskerk is de grootste kerk van Nijmegen en is in de loop der jaren een icoon van de stad geworden. In het middeleeuwse monument vinden nog altijd diensten plaats. Daarnaast is de Stevenskerk een trefpunt voor kunst, cultuur en bezinning.

Vandaag de dag is de Stevenskerk een multifuncioneel gebouw met een lange geschiedenis. Met de bouw van de kerk werd omstreeks het midden van de 13de eeuw begonnen. In 1273 werd de kerk gewijd door Albertus Magnus (Albertus de Grote), wijbisschop van Keulen, van wie nog een reliek aanwezig is in de Grafkapel. Sindsdien is de kerk al eeuwenlang dé beeldbepalende kerk van de stad.

De kerk werd zwaar getroffen bij het bombardement van 1944, maar werd tot 1969 heropgebouwd. In 2001 kreeg de kerk twee glas-in-loodramen van Marc Mulders, getiteld Pelikaan en Stigmata. In 2023 viert de Stevenskerk het 750-jarig bestaan.

De imposante bundelpijlers, het monumentale Königorgel en de kroonluchters bepalen samen voor een belangrijk deel het gezicht van de Stevenskerk. Het Königorgel is tussen 1774 en 1776 door Ludwig König gebouwd. Het is een van de weinige overgebleven orgels die door hem gebouwd werden. Naast het Königorgel zijn er nog drie orgels in de Stevenskerk aanwezig.

De Stevenskerk is de laatste jaren steeds meer een open huis in Nijmegen. Het statige monument herbergt een levendig innerlijk: er is altijd wel iets te doen op het gebied van kunst, cultuur en bezinning; exposities, concerten, recepties en herdenkingsbijeenkomsten. Een groep van 90 vrijwilligers houdt de kerk open voor publiek en speelt een belangrijke rol in de educatie. De katholieke wortels en de periode van het protestantisme worden echter niet vergeten. Beide kerkstromingen komen nu al meer dan 40 jaar samen in de goedbezochte kerkdiensten van het Oecumenisch Citypastoraat.