Epicurus betekenis & definitie

De Griekse filosoof Epicurus (341-271 v.o.t.) is de grondlegger van het epicurisme: een filosofie die genot als het hoogste goed voor de mens beschouwt. Hij benadrukt ook de superioriteit van de filosofie over religie.

Laat men in zijn jeugd niet talmen met de filosofie en in zijn ouderdom het niet opgeven om te filosoferen, raadt hij ons aan. Niemand is nog te jong of reeds te oud voor het geestelijk gezond zijn. Wie zegt dat de tijd voor het filosoferen nog niet daar is of dat deze reeds is voorbijgegaan, staat gelijk met iemand die zegt dat het nog geen tijd is voor levensgeluk of dat daar niet meer de tijd voor is. Jong en oud moeten filosoferen. De ouderen opdat men daarmee jong van hart kan blijven, de jongeren moeten filosoferen opdat men daardoor onbevreesd voor de toekomst kan worden.

Een filosoof zou vooral niet bang moeten zijn voor de dood. Over de dood zegt hij dat deze ‘ons niets aangaat’. Hij geeft daarvoor de volgende redenering. Alle goed en kwaad veronderstelt de gewaarwording, meent Epicurus. De dood is echter de afwezigheid van alle gewaarwording. Het inzicht dat de dood ons niet raakt, noemt Epicurus het ‘juiste inzicht’. Wie dat juiste inzicht eenmaal heeft verworven, kan zich het leven laten smaken. ‘Want er is in het leven niets te vrezen voor hem, die waarachtig heeft begrepen, dat er in het niet­ leven niets te vrezen is’. Het is beuzelpraat om te zeggen dat men bang is voor de dood. De meest schrikwekkende van alle rampen, de dood, raakt ons niet, want wanneer wij er zijn is de dood er niet en wanneer de dood er is, zijn wij er niet. ‘Derhalve noch de levenden noch de gestorvenen gaat hij aan, daar hij voor de eerstgenoemden er niet is en de laatsten er niet meer zijn’.

Laatst bijgewerkt 15-02-2017