Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Staf

betekenis & definitie

Staf - de bevelhebber eener troepenafdeeling, benevens de niet bij een onderafdeeling ingedeelde personen. — Groote S. Hiertoe behoren de officieren van het Militair Huis der Koningin, de bevelhebbers der verschillende verdedigingsliniën en de inspecteur van het militair onderwijs. — Plaatselijke S. De plaatselijke commandanten en pl. adjudanten, belast met het bevel over het garnizoen en het toezicht op den garniz. dienst. — Provinciale S. De provinciale adjudanten, luit.-kol., majoor of kapitein, o. a. belast met de indeeling der lotelingen der militie. Zie voorts GENERALE STAF.