Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 17-06-2020

predikant

betekenis & definitie

m. (-en), 1. (rooms-katholiek) kanselredenaar: die pastoor is een goed —; 2. (in protestantse kerkgenootschappen) dominee (e).

(e) De protestantse kerkorden spreken van dienaar des Woords (Lat.: verbi divini minister, VDM). Het woord predikant drukt de omvang van het ambt onvolledig uit, omdat het niet alleen de prediking is die hem in de gemeente als herder en leraar is opgedragen, maar ook het godsdienstonderwijs, de bediening van doop en avondmaal, de vertroosting van de zieken, het leiden van kerkelijke vergaderingen, het opzicht (samen met de ouderlingen), de arbeid onder de jeugd enz.

De keus van het woord predikant hangt samen met de vooropstelling van de prediking door de ReforI matie tegenover de mis in de Rooms-Katholieke Kerk.