Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 24-06-2020

nog

betekenis & definitie

bw.,

1. op het tegenwoordig ogenblik: weet je wel dat wij daar samen zijn geweest?; tot op dit ogenblik: altijd is hij in diezelfde betrekking; het beste boek dat ik — over dit onderwerp heb gelezen; ik heb — maar één hoofdstuk gelezen; met betrekking tot een overweging: dat is — zo gek niet;
2. van dit ogenblik af, bij voortduring: hij hoest altijd, hij is — altijd in dienst;
3. verder, daarenboven; thans alleen met bijvoeging van andere woorden: hij heeft veel te veel geld uitgegeven, en ik was — wel bang dat hij te karig zou zijn; — even, gedurende een ogenblik later dan een tijd die uit het verband blijkt; concessief, — zo ..., in welke graad ook: al is ze ook zo aardig, toch mag ik haar niet;
4. bij een comp., ter aanduiding van een graad die hoger is dan een andere, waarmee men hem vergelijkt: het gaat diep, en het zal — dieper gaan;
5. om een herhaling aan te duiden, opnieuw, daarenboven: ik bood hem — tien gulden (nl. bij het reeds eerder gebodene); eens, een keer meer; wilt u — thee?; — ééns zo groot, tweemaal zo groot; (gew.) naar — smaken, naar meer;
6. in een enigszins verre toekomst: hij zal mij later — eens dankbaar zijn voor wat ik hem nu heb gezegd;
7. in uitroepen van verbazing of opgewondenheid: wat ga je nou doen? God-nog-toe!