rennen betekenis & definitie

rennen - regelmatig werkwoord
uitspraak: ren-nen

1. heel hard lopen
we moesten rennen om de bus te halen

Regelmatig werkwoord: ren-nen
ik ren
jij/u rent
hij/zij rent
wij/zij/jullie rennen
ik/jij/u/hij/zij rende
wij/zij/jullie renden
hij heeft gerend
de/het/een gerende ....
rennend, rennende

Synoniemen
hollen

Gepubliceerd op 14-11-2017