lijnen betekenis & definitie

lijnen - regelmatig werkwoord
uitspraak: lij-nen

1. proberen slanker te worden
mevrouw De Reus is altijd en eeuwig aan het lijnen

Regelmatig werkwoord: lij-nen
ik lijn
jij/u lijnt
hij/zij lijnt
wij/zij/jullie lijnen
ik/jij/u/hij/zij lijnde
wij/zij/jullie lijnden
hij heeft gelijnd
lijnend, lijnende