Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

eenheid

betekenis & definitie

eenheid - zelfstandig naamwoord
uitspraak: een-heid

1. de basis van meten en tellen
♢ een eenheid van gewicht is de kilogram
2. zelfstandige afdeling van iets
♢ dit gebouw bestaat uit vier wooneenheden
1. de mobiele eenheid
[speciaal getrainde groep politiemensen die optreedt bij relletjes]
2. een wooneenheid
[aantal woningen in één gebouw]
3. wat niet verdeeld is
♢ onze familie vormt een hechte eenheid
4. afzonderlijke organisatie in het leger
♢ er werden drie eenheden naar Irak gestuurd

Zelfstandig naamwoord: een-heid
de eenheid
de eenheden

Synoniemen
entiteit