Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

buffel

betekenis & definitie

buffel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: buf-tel

1. rund met grote horens
♢ op de steppe liep een grote kudde buffels

Zelfstandig naamwoord: buf-tel
de buffel
de buffels
het buffeltje