Pakhuizen en bedrijfsgebouwen in Alkmaar betekenis & definitie

Het als biermuseum dienstdoende forse pakhuis annex bierbrouwerij De Boom (Houttil 1) stamt uit 1647. De zijgevel (Peperstraat) is voorzien van kleine rondboogvensters en -nissen en wordt afgesloten door een trapeziumvormige geveltop met bolvormige ornamenten en een gebeeldhouwde bierton.

De grote begane-grond-vensters aan de Houttilzijde zijn eind 19de eeuw aangebracht. In 1905 heeft men het grote pakhuis Houttil 3 bijgebouwd.Het pakhuis De Vigilantie (Verdronkenoord 45; circa 1675) bezit een verhoogde halsgevel met klauwstukken en dorische en ionische pilasters op voluutvormige kraagstenen. Voorbeelden van eenvoudige 18de-eeuwse pakhuizen met tuitgevels zijn het korenpakhuis Korenschoof (Luttik Oudorp 81) en de pakhuizen Verdronkenoord 29 (1719), Laat 87 (1726), Laat 85 (1730) en Luttik Oudorp 113-115. Uit dezelfde tijd dateert de Stadsdrukkerij (Houttil 30; 1727), oorspronkelijk een woonhuis met werkplaats. Dit gebouw heeft een halsgevel met voluten en deklijst. Het langgerekte drielaagse bedrijfspand Wageweg 13-14 bestaat uit een mogelijk 18de-eeuwse bakstenen onderbouw en een jongere houten bovenbouw. Eind 19de eeuw was hier de orgelbouwer L. Ypma gevestigd.

Voorbeelden van laat-19de-eeuwse voorm. kaaspakhuizen zijn Pieterstraat 3-9 (1882, gerestaureerd 1980) en Koningsstraat 4 (1891). Ook in de eerste helft van de 20ste eeuw zijn kaaspakhuizen gebouwd, zoals het grote vierlaagse kaaspakhuis Kanaalkade 65 (1919, Z. Feddema), dat eerst diende als pakhuis voor de Coöperatieve Zuivelexportvereeniging Noord-Holland en later voor de firma Eyssen. Voorbeelden van kleine pakhuizen zijn Boterstraat 2 (1909, E. Kalverboer) en Gedempte Nieuwesloot 17-19 (1931, D.S. de Boer).

Pakhuizen voor andere doeleinden zijn St.-Annastraat 2-4, bestemd voor de Alkmaarsche Stoommeelfabriek (1880-'85), en het hoge voorm. pakhuis de Korenbeurs (Luttik Oudorp 100; 1913, F.H. Ringers), voorzien van jugendstil-details. Vroeg-20ste-eeuws zijn verder het brandstoffenpakhuis van A. Meiboom Oudegracht 38 (1906, P. van der Waal), de bedrijfspanden De Drie Kroonen (Kanaalkade 8; 1908) en het kolenpakhuis van de firma H.J. Vonk Kanaalkade 17 (1908, P.N. Leguit).

J. Wils ontwierp de autogarage Kennemerstraatweg 6-8 (1913) met aan de straat een kantoor annex woonhuis in ‘Um 1800’-stijl, voorzien van terracotta-ornamenten door W.C. Brouwer. De achterliggende garage heeft een betonnen tonschaaldak met ijzeren trekstangen en hangers.