Nederhorst den Berg (gemeente Wijdemeren) betekenis & definitie

Dorp, ontstaan op een hoge klei-en zandopduiking nabij de Vecht. Van hieruit vonden in de vroege middeleeuwen veenontginningen plaats. Nog vóór 1000 stichtte men een kapel (eerste vermelding 1038). Het in de 13de eeuw gebouwde kasteel wordt in 1301 voor het eerst vermeld, als Alfert van Wulven de heerlijkheid in leen krijgt. Ambachtsheer Godard van Reede liet in 1628-'31 de Reevaart graven (verbeterd 1822-'28 en 1854).

Deze sneed een wijde bocht van de Vecht af en leidde het scheepvaartverkeer langs het dorp. De bebouwing aan weerszijden van de vaart is in de loop van de tijd verder verdicht. Dankzij het kalkarme water van de Vecht kreeg het dorp diverse linnenblekerijen (18de eeuw) en wasserijen (19de eeuw). Nederhorst, dat oorspronkelijk tot de provincie Utrecht werd gerekend, behoort sinds 1819 tot Noord-Holland. Door vervening en zandwinning (1925 tot 1980) is aan de oostzijde de Spiegelpolderplas ontstaan. Nadat de Reevaart door de aanleg van het Merwedekanaal (1893) aan belang had ingeboet, heeft men de vaart gedempt in 1969-'71 (zuidelijke deel) en 1979 (noordelijke deel). Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp uitgebreid aan de noordwest- en de oostzijde.

Gepubliceerd op 30-05-2017