De (Herv.) Oostzijderkerk in Zaandam betekenis & definitie

(Zuiddijk 1) is een tweebeukige hallenkerk met aan de onderzijde uitzwenkende steunberen. De toren tegen de noordgevel heeft een lantaarn met frontalen en zeszijdige naaldspits. De in 1576 afgebrande middeleeuwse kapel ter plaatse was rond 1600 herbouwd en uitgegroeid tot een pseudobasilicale kerk met vijfzijdig gesloten koor. In 1684-'85 verving men de zuidbeuk van die kerk door een zuidbeuk van gelijke lengte als de middenbeuk met koor. Deze twee beuken kregen één brede vijfzijdige sluiting. Na de sloop van de oude noordbeuk verrees in 1850 de huidige neoclassicistische toren (rondboogstijl) naar ontwerp van L.J. Immink en voorzag men het oude middenschip van een nieuwe voorgevel in aansluiting op de al in 1847 vernieuwde westgevel van de zuidbeuk. In de toren hangt een door Claes Noorden en Jan Albert de Grave gegoten klok (1700). Tegen de zuidbeuk staat een gepleisterde tweelaagse consistorie (circa 1840).

Het interieur wordt gedekt door een houten tongewelf (zuidbeuk) en stucgewelf (noordbeuk). De kerk heeft zes 17de- en vroeg-18de-eeuwse gebrandschilderde glazen (gerestaureerd 1947), waaronder twee van G. van Houten (1686 en 1688) en één naar ontwerp van Romeyn de Hooghe (1701). Tot de inventaris behoren een preekstoel en herenbank (beide eind 17de eeuw), twee rouwborden (1718 en 1719) en een door P. Flaes gebouwd orgel (1863).

Gepubliceerd op 30-05-2017