Bioscopen in Amsterdam betekenis & definitie

In 1907 opende F.A. Nöggerath in de Reguliersbreestraat het eerste voor filmvertoningen gebouwde theater (vanaf 1922 onder de naam ‘Nöggerath’). Na verbouwingen in 1949 en 1970 is deze bioscoop in 1983 als derde zaal toegevoegd aan het naastgelegen Tuschinski Theater. Filmpionier J. Desmet opende in 1910 de ‘Cinema Parisien’ aan de Nieuwendijk (gesloopt 1988) en in 1912 de ‘Cinema Palace’ in de Kalverstraat (later discotheek ‘Roxy’, uitgebrand 1999). Van de eerste bioscoophausse - met negentien nieuwe filmzalen in 1912 - resteert onder meer het na 1931 als winkel ingerichte gebouw van de voorm. bioscoop Union (Heiligeweg 34-36; 1911, L. Simons). De bioscoop Tavenu (Haarlemmerdijk 161; 1912, P.J.H. van Doorn en C.H. Hagedoorn; verbouwd 1952-'53 en 1971) heet nu ‘The Movies’. Filmhuis De Uitkijk (Prinsengracht 452) is in 1929 ontstaan uit een in 1913 in een 19de-eeuws pakhuis gevestigde bioscoop (verder verbouwd 1933 en 1960).

Het Rozentheater (Rozengracht 117) werd in 1912-'13 gebouwd naar een Nieuw Historiserend ontwerp van Z.D.J.W. Gulden en M. Geldmaker met een voor die tijd zeer grote zaal (900 zitplaatsen). De gebogen voorgevel met glas-in-loodvenster en ingangspartij met drie boogvormige toegangen wordt geflankeerd door torenvormige volumes. Na een verbouwing in 1926, waarbij het theater werd omgedoopt tot ‘Asta’, werden hier veel films gedraaid. Na een restauratie in 1948 kreeg het de naam ‘Capitol’. Sinds 1971 dient het gebouw hoofdzakelijk als theater (verbouwd 2003, bureau Mecanoo).

Het opmerkelijke Tuschinski Theater (Reguliersbreestraat 26-28) werd in 1918 door H.L. de Jong ontworpen in uitbundige art déco-stijl. Na een ruzie met opdrachtgever Abraham Tuschinski werd het door aannemer Klaphaak afgebouwd en in 1921 geopend. Tuschinski beoogde een filmpaleis dat qua omvang en allure niet onderdeed voor een theater. De door twee koepeltorens geflankeerde voorgevel toont rijke bouwornamenten naar ontwerpen van Ch. Bartels en B. Jordens. Een bronzen hekwerk bekroont de gevel. Aan weerszijden van de hoofdingang bevinden zich twee kleinere ingangen met daarboven vier monumentale bronzen lampen. De groots opgezette ontvangsthal is gedecoreerd met kleurige wand- en plafondschilderingen, houtsnijwerk en siersmeedwerk naar ontwerp van J. Gidding. Het hoofdmotief is een in art déco-stijl gestileerde pauw. De Poolse adelaar op het vernieuwde tapijt in de hal is een verwijzing naar Tuschinski's land van herkomst. Ook P. den Besten, W. Kromhout en D.J. van der Laan werkten aan de interieurdecoraties. De grote filmzaal heeft de vorm van een 19de-eeuwse schouwburg met toneellijst en zijbalkons; deze boden tot 1969 plaats aan een orkest. Het drieklaviers theaterorgel is een uit een Brusselse bioscoop afkomstig Wurlitzerorgel (1921, uitgebreid 1943). Naast de grote filmzaal waren er verschillende nevenruimten, elk in een eigen stijl (Moorse kamer, Japanse kamer). Bij de restauratie in 2000-'02 (K. Doornenbal) heeft men onder meer de wandschildering in de grote filmzaal teruggevonden (1931, P. den Besten) en de plafondschildering (1921) gereconstrueerd.

De voorm. bioscoop Cineac (Reguliersbreestraat 31-33; 1933-'34, J. Duiker) werd in 1933-'34 gebouwd voor de N.V. Cineac (van het Algemeen Handelsblad) als een actualiteitenbioscoop met doorlopende filmvoorstellingen. Het functionalistische gebouw is opgetrokken met een staalskelet en heeft een diagonaal geplaatste paraboolvormige zaal. De eerste verdieping is afgerond en voorzien van een grotendeels glazen wand. Na de sluiting van deze bioscoop in 1995 heef men bij een restauratie van het gebouw in 2003 de in 1980 verdwenen grote lichtreclames weer teruggeplaatst. De voorm. bioscoop Cineac II (Damrak 63-64), geopend in 1911 als ‘De Witte Bioscoop’ aan de Nieuwendijk, kreeg na vergroting in 1912 een ingang aan het Damrak. In 1929 werd de naam veranderd in ‘Capitol’ en in 1937-'38 volgde een vergroting en verbouwing naar plannen van H. van Vreeswijk tot actualiteitenbioscoop (gesloten 1983). Het wit gepleisterde gebouw heeft een opvallende voorgevel met holle en bolle vormen, een grote betonnen luifel en een neonreclamepijl (sinds 1993 met de tekst ‘casino’). Het Citytheater (Kleine Gartmanplantsoen 13-25; 1934-'35) werd ontworpen door J. Wils, met O. Rosendahl als interieurontwerper voor de grote zaal. De gevel bestaat uit in hoogte verspringende geometrische vormen met een hogere, uitgebouwde glazen traptoren. Deze bioscoop heeft al in 1973 inbouwzalen gekregen (gerenoveerd 1994). In 1945 werd bioscoop Kriterion (Roetersstraat 170-172) ingericht als studentenbioscoop in een expressionistische vleugel (1924-'25, G.H. Kleinhout en A.J. van der Steur) van het verenigingsgebouw van de Joodse Handwerkersvriendenkring. De benedenzaal is voor het laatst verbouwd in 1992.

Gepubliceerd op 22-05-2017