Afroepen
(riep af, heeft afgeroepen), 1. (v. personen) iem. tot zich roepen en daardoor hem nopen zich te verwijderen van datgene waarmede hij zich bezig houdt: iem. van zijn werk, van een karwei afroepen ; iem. van tafel (van het eten) afroepen ; een soldaat van zijn post afroepen ; (fig.) hij is van zijn post (arbeid, levenstaak...