Schaal van Richter wat is de betekenis & definitie

De schaal van Richter berekent de kracht van een aardbeving. De meetschaal drukt de waargenomen kracht van een aardbeving uit in getallen die van 0 tot 12,0 en hoger lopen. Deze getallen kunnen gegeven worden door de trillingen te bekijken die geregistreerd worden door de seismograaf.

Dankzij de cijfers op de schaal van Richter weet men wat de sterkte van een aardbeving is. Zo staat een aardbeving van 6,0 op de schaal van Richter voor een zware aardbeving met zware schade aan gebouwen. De schaal geeft niet precies de effecten aan omdat die afhankelijk zijn van het gebied, de gebouwen en de diepte van de beving. De schade die is ontstaan wordt berekend met de schaal van Mercalli. Hoe dichter bij het epicentrum van de beving, hoe heftiger de schok. Zo kan een aardbeving in het buitenland ook in Nederland gemeten worden. De schaal is bedacht door seismoloog Charles Richter in 1835. Voor zijn uitvinding had men geen betrouwbare methode om de kracht van de bevingen te meten. Met zijn schaal wordt de grote van de geregistreerde trillingsgolven uitgezet op de logaritmische schaal van Richter, waardoor men kan meten wat de sterkte van de beving is.