Paschasius Quesnel betekenis & definitie

Jansenist. * 14 Juli 1634 te Parijs, † 2 Dec. 1714 te Amsterdam. Studeerde bij de Jezuïeten en aan de Sorbonne, trad in 1657 bij de Oratorianen in, die hij verliet in 1685, na tal van moeilijkheden wegens zijn uitgesproken Jansenisme; sedert 1684 te Brussel met Arnauld en Gerberon werkzaam; onderhield nauwe betrekkingen met den apost. vicaris P.

Codde; door den bisschop van Mechelen, Precipiano, in den ban geslagen en gevangen gezet (1703-’04); vluchtte naar Holland, waar hij tot aan zijn dood zijn stellingen hardnekkig verdedigde. Onder zijn talrijke werken is zijn Le Nouveau Testament avec des réflexions morales (1699) het meest beroemd; hieruit werden, door paus Clemens XIV, 101 stellingen veroordeeld (bul Unigenitus, 1713).Lit.: L. Batterel, Mém. domest. pour servir à, l'hist. de l'Oratoire (IV 1905, 451 vlg.; geeft de volledige lijst op van Q.’s werken); Lex. für Theol. und Kirche (VIII 1935).

A. DeMeyer.