H. Nilsson-Ehle betekenis & definitie

Zweedsch geneticus, prof. in de overervingsleer aan de univ. te Lund, directeur bij de Sveriges Utsädesförening te Svalöv. Hij is één van de meest werkzame grondleggers van het Neo-Mendelisme.

In 1909 ontdekte en verklaarde hij de verschijnselen van de → polymerie, wees in 1915 op het belang van de polymere factoren voor de → transgressieteelt en leverde aan de proefondervindelijke erfelijksheidsleer een rijk studiemateriaal, dank zij zijn uitgebreid onderzoek op cultuurgewassen. Zijn voornaamste publicaties verschenen in: Lunds Univ.

Aarsskrift (1909, 1911), Ztschr. f. Abstamm. u.

Vererbungslehre (1911, 1913), Hereditas (1920, ’22 en ’27) en Sveriges Utsädesförening Tidskrift. Dumon.