Baak (persoon) betekenis & definitie

Baak (persoon) - N., Holl. schilder; *10 Mei 1892. Van 1910—1913 leerling van de rijksnormaalschool te Amsterdam.

Studeerde vervolgens van 1913—1915 aan de academie te Amsterdam, alwaar hij later van 1918—1920 een loge had voor het schilderen naar model onder prof. Derkinderen.

Lit.: Alb. Plasschaert, Holl. schilderkunst.