Dam — beer — dijk — hoofd — waterkeering betekenis & definitie

Waterkeering is de algemeene naam. Dijk is eene waterkeering langs een water, dam eene waterkeering dwars door of voor den ingang van een water; hoofd, eigenlijk het hoofd van den dijk, een door kunst aangelegde haveningang die dient om den golfslag van het uitstroomende water te breken en om de ophooping van zand of slib te beletten.

Het schip lag voor het hoofd. Beer is een muur met smallen rug, die óf dient om een dijk bijzonder te ver¬sterken, óf om een kleiner water van een grooter af te scheiden, waar men, wanneer men een dam aanbracht, een middel tot communicaiie zou aan¬brengen, dat men niet begeert, b.v. in het rayon eener vesting. Dam wordt dikwijls figuurlijk gebruikt. Een dam tegen willekeur opwerpen. Het hek is van den dam. Een haan is stout op eigen dam = te huis gevoelt ieder¬een zich beter op zijn gemak dan elders.