Cirkels — krans — kring — omtrek betekenis & definitie

Een kring is eene kromme lijn, die tot zichzelve terugkeert. Het daarbinnen gelegen vlak kan dus rond, ovaal of onregelmatig zijn.

Kring wordt daarom gebruikt om datgene in het maatschappelijk leven aan te duiden, wat binnen zekere grenzen gelegen is, of den omtrek, waarbinnen zich iets beweegt. Hij beweegt zich in de eerste kringen. Gebruikt men het woord omtrek voor de begrenzing van een vlak, dan kunnen de lijnen evengoed recht als krom zijn. Verder duidt dit woord de uitgestrektheid, den omvang van iets aan, de omgeving, de streek om iets heen. Onder cirkel verstaat men een in zich zelf weerkeerende kromme lijn, die zich op alle punten even ver van het middel¬punt bevindt. Wanneer men spreekt van kringen om zon of maan, dan is ook synoniem hel woord krans, dat ook eene kringvormige omvatling aan¬duidt, doch met het bijbegrip van versiersel.