Definities van Groot woordenboek der Nederlandse taal in de Ensie S
- STIPPELEN
- STIPPELEN (naaien)
- STIPPELGRAVURE
- STIPPELING
- STIPPELKANAAL
- STIPPELLIJN
- STIPPELMOT
- STIPPELPRENT
- STIPPELRADJE
- STIPPELSTREEP
- STIPPELTREKPEN
- STIPPELVAREN
- STIPPEN
- STIPPER
- STIPPING
- STIPRIAANTJE
- STIPSTAPPEN
- STIPT
- STIPTELIJK
- STIPTHEID
- STIPULATIE
- STIPULEREN
- STIPZOLDER
- Stirb und werde
- Stoa
- STOBBE
- STOBBEHOUT
- STOBBEKOLEN
- STOBBETJE
- STOCK
- STOCK-EXCHANGE
- STOCK-JOBBER
- STOCKBOEK
- STOCKBROKER
- STOCKDIVIDEND
- STOECHIOMETRIE
- STOECHIOMETRISCH
- STOEF
- STOEFEN
- STOEFER
- STOEFERIJ
- STOEFERKE
- STOEIEN
- STOEIER
- STOEIERIJ
- STOEIING
- STOEIPARTIJ
- STOEIS
- STOEIZIEK
- STOEIZUCHT
- STOEL
- STOELAANDRANG
- STOELBALK
- STOELBAND
- STOELBIES
- STOELBOONTJES
- STOELBROEDER
- STOELDRAAIER
- STOELEN
- STOELEN (onderhoudskosten)
- STOELENDANS
- STOELENGELD
- STOELENKLOPPER
- STOELENMAKER
- STOELENMATTEN
- STOELENMATTER
- STOELENMATTERSBIES
- STOELENRIJ
- STOELENSTRAND
- STOELENZETSTER
- STOELERIJ
- STOELGANG
- STOELGELD
- STOELGESCHUIFEL
- STOELGOED
- STOELING
- STOELKLEED
- STOELKLOK
- STOELKUSSEN
- STOELLEUNING
- STOELMAT
- STOELOVERTREK
- STOELPLANK
- STOELPOOT
- STOELPOT
- STOELRIET
- STOELROGGE
- STOELRUG
- STOELSCHEI
- STOELSPOOR
- STOELSPORT
- STOELSTROOK
- STOELTEGEL
- STOELTJE
- STOELTJESGELD
- STOELTREDE
- STOELVAST
- STOELVASTHEID
- STOELVERGADERING
- STOELVERSTOPPING